Transitievergoeding seizoenskrachten

Gister is in de Tweede Kamer gesproken over de transitievergoeding. Dit nadat werkgevers in de horeca, de bouw en het uitzendwezen alarm sloegen om het nieuwe ontslagregime, dat grote groepen flexwerkers met terugwerkende kracht recht geeft op een transitievergoeding.

MKB-Nederland sprak over een ‘weeffout’ en had al eerder aangedrongen bij minister Asscher op een reparatiewet. Dat leek tevergeefs, maar nu heeft Minister Asscher toch beloofd op zoek te gaan naar een oplossing en komt daar over 2 weken op terug. 
  

Onwenselijke situatie werkgevers

De nieuwe wet die per 1 juli aanstaande al in gaat, brengt een absoluut onwenselijke situatie met zich mee. Want hierin staat dat contracten met tussenpozen korter dan 6 maanden bij elkaar moeten worden opgeteld voor opbouw op recht van een transitievergoeding. Werkgevers vallen ook vooral over het feit dat dit met terugwerkende kracht ingaat. Dit kan betekenen dat seizoenskrachten die al 15 jaar lang ergens 8 maanden per jaar seizoenwerk doen, ineens recht hebben op minimaal  5 maandsalarissen transitievergoeding. Een flinke en onvoorziene kostenpost voor werkgevers die gebruik maken van tijdelijke arbeidskrachten. 
 

Gevolgen werknemers

Los van de kosten voor werkgevers heeft dit ook gevolgen voor werknemers. Grote groepen (flexibele) werknemers  zullen in de toekomst juist korter worden ingezet, omdat de transitiekosten te hoog zijn. Deze groep zal –meer dan tot op heden het geval was- in draaideurconstructies terechtkomen of vaker en langer een beroep moeten doen op een ww-uitkering. Iets wat nooit beoogd was met deze wetgeving en het sociaal akkoord van 2013.  
 

Luba

Directeur Johan Doornenbal zegt hierover: “Bij Luba merken we ook onrust bij een deel van onze klanten hierover. Met name bij agrarische bedrijven die seizoenen hebben langer dan 6 maanden per jaar speelt dit. De zorg is heel begrijpelijk. Sommige bedrijven werken al jaren met  een trouwe club seizoenkrachten, dat kan nu niet meer omdat ze na afloop van een volgend contract recht hebben op een transitievergoeding berekend over heel het arbeidsverleden. De WWZ schiet op dit punt haar doel volledig voorbij. Dit kan nooit de bedoeling van de wetgever zijn geweest. Wij volgen de discussie in de Kamer op de voet om een oplossing te bedenken voor onze klanten. Bijvoorbeeld payrolling in combinatie met scholing, omdat deze kosten aftrekbaar zijn van de transitievergoeding.’’ 
 

Uitkomst bespreking Tweede Kamer

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken heeft gister in de Tweede Kamer toegezegd een oplossing te zoeken voor de 'niet-beoogde' effecten van de transitievergoeding. Volgens de PvdA-minister heeft hij het eerste overleg over een mogelijke herziening van die transitievergoeding dinsdag al gehad met de werkgevers en vakbonden. Over twee weken laat hij de Kamer de uitkomsten weten. Hij sluit niet uit dat hij uiteindelijk een salomonsoordeel gaat vellen als de werkgevers en bonden er onderling niet uitkomen. "Ik ben door de voorbeelden van de Kamer overtuigd geraakt dat het van belang is hiernaar te kijken." Asscher waarschuwde wel dat het 'geen sinecure' is een oplossing te vinden, omdat hij vermoedelijk de wet moet wijzigen. En dat kost tijd. "Maar ik ga ook met de werkgeversorganisaties in overleg dat zij hun leden ten onrechte soms bang maken. Zij hebben in het sociaal akkoord met ons en de bonden afgesproken dat ze de kloof tussen vaste en flexibele krachten willen verkleinen en dat zij dan meer mensen een vaste baan gaan geven. Ook daar wil ik ze aan houden."
 
Bron: FD

Meer nieuws

1 4 110